370.000

Na schooltijd nog even naar de bibliotheek. Ik deed het vaak en las er boeken en stripverhalen, bladerde door brochures, leerde kranten lezen aan een grote tafel waarop ook volwassenen hun nieuwsblad opensloegen. Soms keek er iemand verwonderd over z’n papieren. Naast de Volkskrant, waarmee een tiener al uit de toon valt, wilde ik ook nog weleens een gemeentelijk rapport doorbladeren. Het zal wel vreemd geleken hebben. Of juist veelbelovend. Een puber die kranten leest! Destijds stonden we aan de vooravond van de internetrevolutie. Enkele nieuwsbronnen hadden al een eigen website.

Dat is nu zo’n twaalf jaar geleden. Tegenwoordig leest bijna geen enkele jongere nog een krant, want al het nieuws is snel, beknopt en de klok rond digitaal op te vragen. Ik weet nog dat de bibliotheek z’n eerste computer met internet kreeg. Voor een rijksdaalder kon je er een half uur gebruik van maken. Ik besloot een poging te wagen. Ver kwam ik echter niet, want ik wist niet hoe het werkte. Een half uur klikte ik op knoppen en typte ik van alles en nog wat, behalve een echt internetadres. Eigenlijk wist niemand nog van de hoed en de rand.

Op het moment van schrijven zit ik voor zo’n zelfde apparaat. Er is continue verbinding met internet en doordat dat zo vanzelfsprekend is, lijkt het alsof de opkomst van het wereldwijde netwerk al tot het verre verleden behoort. Een website oproepen is een kwestie van een paar seconden. Internet biedt je laagdrempelig toegang tot onvoorstelbaar veel educatieve, humoristische, confronterende, spannende, kwetsende en interessante informatie. Ik maak er veelvuldig gebruik van, onder andere voor het onderhouden van een eigen pagina (www.willembosma.nl).

Surfen – van de ene website naar de andere ‘zappen’ – is vooral een leuke bezigheid wanneer het nergens om gaat. Een zoektocht begin meestal met een bezoek aan een zoekmachine. Vul bijvoorbeeld je eigen naam in. Die van mij levert meer dan 370.000 resultaten op. Sinds enige tijd staat mijn eigen website boven aan de lijst. Maar ik lees ook over ene Willem Bosman (met een n), geboren te Utrecht op 12 januari 1672, opkoopman van de West Indische Compagnie en schrijver van onder andere ‘Nauwkeurige Beschrijving van de Guinese Goud-, Tand- en Slavenkust, enz.’ op de website van de bibliotheek voor de Nederlandse letteren. Of een persbericht over de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau van een Willem Bosma uit het Friese Kollummerzwaag. En in Groningen volgt een naamgenoot de studie Staat- en Bestuursrecht en Internationaal Publiekrecht. Ik vind het prachtig om dit allemaal te ontdekken!

22 mei 2007 · Categorie: blog


Vulpennen

Ik kan het mij nog erg goed voor de geest halen: de blauwe vulpen waarmee we leerden schrijven op de basisschool. Een plastic standaardmodel van niet meer dan een paar gulden moet het zijn geweest. Met de schooljaren werd hij steeds kleiner en in groep acht was er van de pen nog maar een stompje over ter grootte van een inktpatroon. Het schrijven leed er evenwel niet onder. Sterker nog: ik heb nooit meer iets anders gewild. Tot op de dag van vandaag schrijf ik het liefst met vulpennen.

Het kan niet anders dan dat zoiets opvalt. Vroeger schreef men veel vaker met een vulpen. De balpen, waarvan een gemiddeld huishouden tegenwoordig tientallen in huis heeft, was toen nog niet uitgevonden. Nu is dat soort schrijfgerei bij een willekeurige promotieactiviteit gratis mee te nemen. Een balpen maakt van schrijven iets oppervlakkigs en dat doet de bezigheid die van nature zoveel charme in zich heeft geen goed.

Mijn vriendin weet wat ik het liefst gebruik. Ze heeft me een paar maanden geleden verlekkerd in een brochure van het pennenmerk Waterman zien bladeren en hoefde vervolgens niet lang na te denken over wat ze voor mijn verjaardag mee zou brengen. Het was een cadeau van de hele familie: een mooie zwarte vulpen met details van echt goud. Net iets zwaarder dan andere types, waardoor hij lekker in de hand ligt. Van Boekhandel Polman kreeg ik er een pot inkt bij. Mijn verjaardag kon niet meer stuk!

Schrijven met een vulpen is echt anders. Elke beweging is sierlijk, ieder woord heeft ineens iets elegants en de overdracht van vulpenneninkt op papier is als een kus van twee geliefden. De vulpen gaat een relatie aan met zijn gebruiker, omdat de punt naar diens hand gaat staan en het daardoor voor anderen haast onmogelijk is om er even mooi en verfijnd tekst mee te schrijven. Dat maakt van een vulpen een unieke pen, bedoeld om het verhaal van één persoon vast te leggen.

Niet in de laatste plaats speelt ook sentiment een rol. Van vele grote schrijvers is bekend dat zij de eerste versies van hun boeken met een vulpen schreven. Dat inspireert mij. Het gereedschap heb ik al, nu de woorden nog.

4 april 2007 · Categorie: blog


Miljoen

Wat ik zou doen met een miljoen? De grootste boekhandel van het land bezoeken en daar alles aanschaffen wat ik graag wil hebben. Het moet dan wel om een onverwacht miljoen gaan, bijvoorbeeld de hoofdprijs van een loterij of een erfenis van een verre tante. Dan is het namelijk een verrassing en brengt het uitgeven ervan veel meer voldoening met zich mee. Met gespaard geld heb je rekening gehouden en in gedachten al lang aan andere, meer noodzakelijke dingen besteed.

Enkele keren in het jaar trakteer ik mezelf op een uitje naar de boekenafdeling van de Bijenkorf in Amsterdam. Ik kan me er uren vermaken door langs de kasten te lopen, boeken vast te houden, deze door te bladeren, het papier te voelen en er af en toe aan de ruiken. Nieuw papier ruikt lekker (oud papier trouwens ook, maar dat is een ander verhaal). Ik heb eens een film gezien waarvan de hoofdrolspeler een boek maar hoefde aan te raken om zich de inhoud te kunnen ‘herinneren’, ook als hij dat boek nog niet eerder had gezien. Gelukkig heb ik dat talent niet meegekregen, want een boek ‘lezen’ in minder dan een seconde? Ik neem er liever de tijd voor.

De film voedt de droom alles te willen weten wat in boeken is vastgelegd. Dat maakt de inhoud van een roman nog aantrekkelijker dan het van zichzelf, door boek te zijn, al is. En met zulke ideeën is een boekwinkel een walhalla. Boeken lees ik in de eerste plaats voor de ontspanning en in de tweede plaats om de leerhonger in mij te stillen. En zo sta ik dikwijls om mij heen te kijken, vraag ik mezelf af hoe al die boeken zouden staan in m’n eigen boekenkast(en).

Een boekhandel als Polman is natuurlijk stukken kleiner dan de complete etage van de Bijenkorf, maar dat heb ik eigenlijk veel liever. Het aanbod is niet overweldigend en daardoor overzichtelijker. Een bepaald boek kan de ene week niets lijken en die keer daarop, wanneer je het opnieuw doorbladert, ineens iets wat je graag wilt hebben. En je blijft, hoe klein ook, steeds nieuwe ontdekkingen doen. Dat is in een echte boekhandel, die nog gezellig en rommelig mag zijn, veel leuker. Ik zou die beleving in elk geval voor geen miljoen kwijt willen raken.

6 maart 2007 · Categorie: blog


Woorden

Met enige regelmaat besef ik onder het lezen dat woorden dienstbaar zijn aan de schrijver. Een vreemde gewaarwording is dat, want hoe je het ook bekijkt: woorden protesteren niet. Overgeleverd aan de wil van hun gebruiker nemen ze de plek in die hen wordt toegewezen. Samen vormen ze zinnen die, bijeengebracht en in hun geheel nog een keer gerangschikt, verhalen vertellen. Het fascinerende hiervan is dat je de inhoud tot je moet nemen zoals het er staat. Woorden zijn, eenmaal aan papier toevertrouwd, onherroepelijk.

Zo staat de woordvolgorde van dit stukje vast zodra het gedrukt is en heb ik niet langer invloed op hoe u, de lezer, de boodschap in u opneemt. Een schrijver laat dus eerst zijn autoriteit gelden door met woorden te zeggen wat hij wil, waarna hij die macht uit handen geeft en het verhaal een eigen leven laat leiden.

De een heeft er vervolgens die mening over, een ander vindt er weer iets anders van. Ik geniet van de respons die mijn stukjes opleveren. Het streelt mijn ego, maakt me blij, stimuleert me door te gaan en zet me soms met beide voeten terug op aarde. Als ik na een tijdje oudere stukjes lees, zie ik altijd dingen die ik beter had kunnen doen. Ik vraag mezelf dan af hoe die woorden in de eerste versie zich wel niet moeten voelen.

Eigenlijk denk ik dat bij alle woorden die ik lees. Hoe voelt een woord, onderdeel van een groter geheel, zich tussen zijn soortgenoten? Weet het dat het een onbeduidende rol speelt of juist van wezenlijk belang is voor het eindresultaat? Woorden praten niet, maar ze zeggen wel heel veel. Woorden verwoorden de gedachten van hun schrijver, ook als het om de weergave van feiten gaat. Niets is subjectiever dan taal, volgens de Dikke Van Dale: het systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan.

Mijn wereld staat op papier. Mijn wereld komt naar voren in de verslaggeving van vergaderingen in dorpsgemeenschappen, in artikelen over scholen die verkeersveiliger worden, in interviews met mensen die ik bewonder en in columns als deze, die mij de kans geven te schrijven over wat mij bezighoudt; dikwijls persoonlijke ontboezemingen die ik anders niet kwijt had gekund.

Collega's verklaren mij voor gek als ik vertel dat ik al mijn stukjes uitknip en bewaar. Dat hou ik nooit vol, is de opvatting. Tot op heden heb ik het wel volgehouden, omdat ik het gewoonweg niet over m'n hart kan krijgen eigen teksten bij het oud papier te doen. Daar zijn de woorden die ik schrijf mij veel te dierbaar voor.

16 februari 2007 · Categorie: blog


Poëzie op straat

Een vreemde gedachte is het eigenlijk: mensen die de pennevruchten van beroemde dichters met voeten treden. En toch gebeurt het. Letterlijk. Dagelijks lopen duizenden over woorden zonder acht te slaan op de boodschap van de schrijver, verzonken in gedachten en zich niet bewust van het gegeven dat je zo bijdraagt aan het in de vergetelheid raken van poëzie. Want poëzie slijt wanneer het in de vorm van dichtstenen onder de mensen wordt gebracht.

Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, kent sinds het afscheid van burgemeester John te Loo, veertien jaar geleden, een heuse poëzieroute. Inmiddels ligt overal in de binnenstad de schrijfkunst op straat, zesendertig gedichten in totaal. Zowel oud als nieuw werk komt aan bod.

Ik maakte kennis met dit verschijnsel toen ik op weg was naar de kapper en het laatste stukje moest lopen. Net voor de Vrouwenpoortsbrug stuitte ik op een gedicht van Willem Frederik Hermans, las de eerste regel in spiegelbeeld en deed terstond een stap opzij, opdat ik er langs kon lopen. Ik reageerde zonder na te denken, keerde om en bleef een paar passen voor de dichtsteen staan, misschien wel met opzet in de weg van mensen die mij haastig voorbij gingen en over de gedachten van een groot schrijver heen hun pad vervolgden. Op zo’n moment lopen de rillingen je over de rug. Het leven kent al zo weinig respect. Wie haalt het in godsnaam in z’n hoofd om juist daar, en op talloze andere gedichtonlogische plekken, poëzie te verstenen en deze zodoende over te leveren aan de voetstappen van de massa, die tegenwoordig niet meer weet hoe krachtig en fragiel poëzie kan zijn?

De nationale gedichtendag van dit jaar, welke plaatshad op donderdag 25 januari, stond in het teken van stilte en eenvoud. Hoewel poëzie zoveel meer is dan stilte en eenvoud alleen, zegt het thema hoe met dichtkunst om te gaan. De organisatie vroeg om rust en concentratie. Onvermijdelijke stilte wanneer de betekenis van een gedicht onzegbaar is. Een gedicht zegt niets zolang het met voeten getreden wordt.

De dichtstenen van Gerard Reve en Ida Gerhardt zijn in verband met werkzaamheden tijdelijk verwijderd. De website van de poëzieroute (www.poezieroute.nl) meldt echter weinig hoopvol dat ‘in het Leeuwarder plaveisel nog genoeg plekken resteren waar de poëzie als ondergrond kan dienen.’ Als men mij ooit vraagt, hoop ik dat ze met een donker achterafsteegje komen.

26 januari 2007 · Categorie: blog