Olifant

Het was een rit van bijna anderhalf uur. Al tientallen keren dezelfde route gereden, maar dit keer was het anders. De eerste kilometers waren stil. Figuurlijk gesproken dan, want we zeiden wel wat, alleen weet ik niet meer waar we het over hadden. En dan kan het nooit zo belangrijk geweest zijn. Wat de reis anders maakte waren de verhalen van mijn vriendin. Ze had een boek van Toon Tellegen meegenomen en las eruit voor. Korte avonturen van dieren uit het bos. De olifant kwam steeds terug. Die wilde graag in bomen kunnen klimmen, er zelfs in wonen ooit. We sloegen andere stukken over om aan de weet te komen of het de olifant zou lukken.

Achter het stuur bedacht ik mij dat het natuurlijk onzin is: olifanten klimmen niet in bomen. Maar deze olifant wilde het graag en gaf niet op. Het boek is nog niet uit en dus is mij niet bekend hoe het met de olifant afloopt, maar ik vermoed dat hij uit bomen blijft vallen en nooit z’n wens ziet uitkomen.

Mijn vriendin is onderwijsassistente en weet dat kinderen geboeid zijn door zulke verhalen. Die denken niet na over of iets wel of niet kan. Het liefst zien ze de olifant de top bereiken. Dat dat niet gebeurt, roept de vraag op: waarom? Waarom is voor kinderen een belangrijke vraag. Volwassenen noemen het zin. Wat is de zin van ons bestaan, bijvoorbeeld. Waarom valt die olifant nu steeds uit de boom?

Van 3 t/m 13 oktober is het Kinderboekenweek. Een prijzenswaardig initiatief, want lezen is erg belangrijk. Je vergroot je kennis, je leert wat fantasie is, je inleven gaat beter en je vertelt anderen misschien over wat je meemaakte. Zo heb ik vroeger diverse keren voor de klas gestaan om aan de hand van uitgeknipte plaatjes mijn verhaal te vertellen. Ik zou het nog wel willen, maar kan het niet meer omdat mijn wereld al veel te groot is. Kinderen hebben daar nog geen last van. De voor hen geschreven boeken zijn daarom vaak veel meer dan een verhaal alleen. Daar kom je achter als je onderweg bent en iemand je voorleest. Waarom lukt het een olifant niet om in bomen te klimmen? Toon Tellegen zal ongetwijfeld dezer dagen vaak over de toonbank gaan.

28 september 2007 · Categorie: blog


Het Woensdagblad

Ach, het was toch best een mooie tijd. Bijna vijftien jaar geleden inmiddels, maar nog altijd even levendig aanwezig. Ik koester de herinnering, omdat ik er mijn loopbaan aan te danken heb. Spannende tijden waren het. Ik heb destijds ontdekt wie ik ben en wat ik wilde worden. Het is fijn om terug te denken als alles is gegaan zoals je wenste.

Pas geleden had ik het verleden weer even in handen…letterlijk. Oude nummers van Het Woensdagblad. Met enige weemoed loop ik na hoe we tijdens onze jaren op de basisschool wekelijks een A4’tje volschreven en op woensdag rondbrachten bij de abonnees in het dorp. Het ledenbestand telde op het hoogtepunt van ons bestaan meer dan vijftig vrienden, buren, kennissen en familieleden. Zelfs de burgemeester wilde wel. We lieten het drukken op het stencilapparaat dat tevens voor de verspreiding van het dorpskrantje werd ingezet. En soms mocht het ook op school, in de lerarenkamer. We betaalden hier vijf gulden voor en incasseerden vijftien cent per bezorgd exemplaar. Af en toe konden we ons dus een rolletje snoep of een zak chips veroorloven. Later werd dat meer, omdat Lycke van de Linde mee ging doen en we van haar vader, oud-journalist en programmamaker Wibo van de Linde, de krant gratis mochten uitprinten op gekleurd papier – een hele vooruitgang vonden we.

Mijn beste vriend was directeur omdat hij met het idee kwam iets op te richten. Ik mocht onderdirecteur, penningmeester en journalist zijn. Dat laatste ben ik nog steeds. Het Woensdagblad ging ter ziele toen het voortgezet onderwijs onze aandacht opeiste. Er zijn daarna nog een paar speciale nummers verschenen, waaronder een uitgave in 1999 over het naderende onheil van een nieuw millennium. Ik heb in de jaren die volgden nog een eigen blad uitgegeven onder de naam New Start. Een nieuwe start na Het Woensdagblad.

Mijn ambitie om journalist en schrijver te worden uitte zich sinds de basisschool in allerlei journalistieke projecten. Zo had ik de eer om op de mavo de schoolkrant op te richten, deed ik samen met een aantal klasgenoten verslag van de gemeentedag, liep ik stage bij de plaatselijke krant. Ik schreef stukjes in het informatieblad voor ouders van leerlingen en las korte nieuwsberichten voor op de lokale radio. De meeste aandacht ging echter naar school. Voor de opleiding journalistiek was havo nodig en op basis van de Cito-toets dachten ze dat ik het met twee niveaus lager al moeilijk genoeg zou krijgen. Niets van waar gebleken. Want ik wilde iets. En dat is gelukt.

Oude nummers van Het Woensdagblad uit het archief tevoorschijn halen en lekker sentimenteel doen, dat is wat ik af en toe graag mag doen.

29 augustus 2007 · Categorie: blog


Boeken

Het ene heeft het wel, het andere weer niet. Dat heeft iedereen weleens ervaren. Gelukkig staat mijn kast vol met meer mooie verhalen dan boeken die je na enkele hoofdstukken al opzij moet leggen. Een goed boek trekt je meteen naar binnen, de laatste regels van ieder hoofdstuk doen je verlangen naar de rest, waarna je vaak besluit nog een paar bladzijden te doen. Zo lezen de meeste mensen die graag lezen.

Wat er verder bij komt kijken is bij iedereen anders. Minder bekend ook, omdat lezen iets heel persoonlijks kan zijn. Je deelt bijvoorbeeld niet met iedereen dat je graag een erotisch dialoog volgt voor het slapen gaan, terwijl je lyrisch kunt zijn over een bepaalde roman en daarover zegt dat iedereen die zou moeten lezen. Zelf begin ik niet aan nieuwe boeken zonder er eerst even aan geroken te hebben. Dat is een vreemde gewoonte, ik weet het, maar de kans dat een verhaal daarna op de goede plank terecht komt is dan stukken groter. Ieder verhaal is anders, geen boek heeft dezelfde geur. Ik ben er nog net niet echt bij.

Geen boek slaagt als ik het niet mag houden. Het is daarom dat ik tijdens mijn studie het abonnement op de bibliotheek opzegde. Ik zag een klasgenoot een boek kopen bij de Bruna in Zwolle. Als de trein geen vertraging had, was dit niet gebeurd. Zelf had ik zoiets nog nooit gedaan, maar hij deed het op zo’n nonchalante manier dat het net zo goed een chocoladereep kon zijn. Met chocolade en ander snoep had ik al wel vaak bij de toonbank gestaan, met boeken echter nog nooit. Niet lang erna ging ik alleen en nam de tijd. Verbaasd over hoe makkelijk het ging, verliet ik na een klein halfuur de winkel met Desperation van Stephen King. Dat boek is, afgezien van een stapeltje gekregen kinderliteratuur, het begin van wat een imposante verzameling moet worden. Uitgebreid wordt het zeker, want zowel mijn vriendin als ik lezen graag en ik kan het niet over m’n hart verkrijgen verhalen weg te doen die mij hebben geboeid. Ik kan überhaupt geen boek meer wegdoen, sinds die openbaring bij de Bruna. Vragen of je een boek van mij kunt lenen heeft dus geen zin (er zijn uitzonderingen bekend). En andersom zou ik ook niet doen.

25 juni 2007 · Categorie: blog


370.000

Na schooltijd nog even naar de bibliotheek. Ik deed het vaak en las er boeken en stripverhalen, bladerde door brochures, leerde kranten lezen aan een grote tafel waarop ook volwassenen hun nieuwsblad opensloegen. Soms keek er iemand verwonderd over z’n papieren. Naast de Volkskrant, waarmee een tiener al uit de toon valt, wilde ik ook nog weleens een gemeentelijk rapport doorbladeren. Het zal wel vreemd geleken hebben. Of juist veelbelovend. Een puber die kranten leest! Destijds stonden we aan de vooravond van de internetrevolutie. Enkele nieuwsbronnen hadden al een eigen website.

Dat is nu zo’n twaalf jaar geleden. Tegenwoordig leest bijna geen enkele jongere nog een krant, want al het nieuws is snel, beknopt en de klok rond digitaal op te vragen. Ik weet nog dat de bibliotheek z’n eerste computer met internet kreeg. Voor een rijksdaalder kon je er een half uur gebruik van maken. Ik besloot een poging te wagen. Ver kwam ik echter niet, want ik wist niet hoe het werkte. Een half uur klikte ik op knoppen en typte ik van alles en nog wat, behalve een echt internetadres. Eigenlijk wist niemand nog van de hoed en de rand.

Op het moment van schrijven zit ik voor zo’n zelfde apparaat. Er is continue verbinding met internet en doordat dat zo vanzelfsprekend is, lijkt het alsof de opkomst van het wereldwijde netwerk al tot het verre verleden behoort. Een website oproepen is een kwestie van een paar seconden. Internet biedt je laagdrempelig toegang tot onvoorstelbaar veel educatieve, humoristische, confronterende, spannende, kwetsende en interessante informatie. Ik maak er veelvuldig gebruik van, onder andere voor het onderhouden van een eigen pagina (www.willembosma.nl).

Surfen – van de ene website naar de andere ‘zappen’ – is vooral een leuke bezigheid wanneer het nergens om gaat. Een zoektocht begin meestal met een bezoek aan een zoekmachine. Vul bijvoorbeeld je eigen naam in. Die van mij levert meer dan 370.000 resultaten op. Sinds enige tijd staat mijn eigen website boven aan de lijst. Maar ik lees ook over ene Willem Bosman (met een n), geboren te Utrecht op 12 januari 1672, opkoopman van de West Indische Compagnie en schrijver van onder andere ‘Nauwkeurige Beschrijving van de Guinese Goud-, Tand- en Slavenkust, enz.’ op de website van de bibliotheek voor de Nederlandse letteren. Of een persbericht over de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau van een Willem Bosma uit het Friese Kollummerzwaag. En in Groningen volgt een naamgenoot de studie Staat- en Bestuursrecht en Internationaal Publiekrecht. Ik vind het prachtig om dit allemaal te ontdekken!

22 mei 2007 · Categorie: blog


Vulpennen

Ik kan het mij nog erg goed voor de geest halen: de blauwe vulpen waarmee we leerden schrijven op de basisschool. Een plastic standaardmodel van niet meer dan een paar gulden moet het zijn geweest. Met de schooljaren werd hij steeds kleiner en in groep acht was er van de pen nog maar een stompje over ter grootte van een inktpatroon. Het schrijven leed er evenwel niet onder. Sterker nog: ik heb nooit meer iets anders gewild. Tot op de dag van vandaag schrijf ik het liefst met vulpennen.

Het kan niet anders dan dat zoiets opvalt. Vroeger schreef men veel vaker met een vulpen. De balpen, waarvan een gemiddeld huishouden tegenwoordig tientallen in huis heeft, was toen nog niet uitgevonden. Nu is dat soort schrijfgerei bij een willekeurige promotieactiviteit gratis mee te nemen. Een balpen maakt van schrijven iets oppervlakkigs en dat doet de bezigheid die van nature zoveel charme in zich heeft geen goed.

Mijn vriendin weet wat ik het liefst gebruik. Ze heeft me een paar maanden geleden verlekkerd in een brochure van het pennenmerk Waterman zien bladeren en hoefde vervolgens niet lang na te denken over wat ze voor mijn verjaardag mee zou brengen. Het was een cadeau van de hele familie: een mooie zwarte vulpen met details van echt goud. Net iets zwaarder dan andere types, waardoor hij lekker in de hand ligt. Van Boekhandel Polman kreeg ik er een pot inkt bij. Mijn verjaardag kon niet meer stuk!

Schrijven met een vulpen is echt anders. Elke beweging is sierlijk, ieder woord heeft ineens iets elegants en de overdracht van vulpenneninkt op papier is als een kus van twee geliefden. De vulpen gaat een relatie aan met zijn gebruiker, omdat de punt naar diens hand gaat staan en het daardoor voor anderen haast onmogelijk is om er even mooi en verfijnd tekst mee te schrijven. Dat maakt van een vulpen een unieke pen, bedoeld om het verhaal van één persoon vast te leggen.

Niet in de laatste plaats speelt ook sentiment een rol. Van vele grote schrijvers is bekend dat zij de eerste versies van hun boeken met een vulpen schreven. Dat inspireert mij. Het gereedschap heb ik al, nu de woorden nog.

4 april 2007 · Categorie: blog


Miljoen

Wat ik zou doen met een miljoen? De grootste boekhandel van het land bezoeken en daar alles aanschaffen wat ik graag wil hebben. Het moet dan wel om een onverwacht miljoen gaan, bijvoorbeeld de hoofdprijs van een loterij of een erfenis van een verre tante. Dan is het namelijk een verrassing en brengt het uitgeven ervan veel meer voldoening met zich mee. Met gespaard geld heb je rekening gehouden en in gedachten al lang aan andere, meer noodzakelijke dingen besteed.

Enkele keren in het jaar trakteer ik mezelf op een uitje naar de boekenafdeling van de Bijenkorf in Amsterdam. Ik kan me er uren vermaken door langs de kasten te lopen, boeken vast te houden, deze door te bladeren, het papier te voelen en er af en toe aan de ruiken. Nieuw papier ruikt lekker (oud papier trouwens ook, maar dat is een ander verhaal). Ik heb eens een film gezien waarvan de hoofdrolspeler een boek maar hoefde aan te raken om zich de inhoud te kunnen ‘herinneren’, ook als hij dat boek nog niet eerder had gezien. Gelukkig heb ik dat talent niet meegekregen, want een boek ‘lezen’ in minder dan een seconde? Ik neem er liever de tijd voor.

De film voedt de droom alles te willen weten wat in boeken is vastgelegd. Dat maakt de inhoud van een roman nog aantrekkelijker dan het van zichzelf, door boek te zijn, al is. En met zulke ideeën is een boekwinkel een walhalla. Boeken lees ik in de eerste plaats voor de ontspanning en in de tweede plaats om de leerhonger in mij te stillen. En zo sta ik dikwijls om mij heen te kijken, vraag ik mezelf af hoe al die boeken zouden staan in m’n eigen boekenkast(en).

Een boekhandel als Polman is natuurlijk stukken kleiner dan de complete etage van de Bijenkorf, maar dat heb ik eigenlijk veel liever. Het aanbod is niet overweldigend en daardoor overzichtelijker. Een bepaald boek kan de ene week niets lijken en die keer daarop, wanneer je het opnieuw doorbladert, ineens iets wat je graag wilt hebben. En je blijft, hoe klein ook, steeds nieuwe ontdekkingen doen. Dat is in een echte boekhandel, die nog gezellig en rommelig mag zijn, veel leuker. Ik zou die beleving in elk geval voor geen miljoen kwijt willen raken.

6 maart 2007 · Categorie: blog


Woorden

Met enige regelmaat besef ik onder het lezen dat woorden dienstbaar zijn aan de schrijver. Een vreemde gewaarwording is dat, want hoe je het ook bekijkt: woorden protesteren niet. Overgeleverd aan de wil van hun gebruiker nemen ze de plek in die hen wordt toegewezen. Samen vormen ze zinnen die, bijeengebracht en in hun geheel nog een keer gerangschikt, verhalen vertellen. Het fascinerende hiervan is dat je de inhoud tot je moet nemen zoals het er staat. Woorden zijn, eenmaal aan papier toevertrouwd, onherroepelijk.

Zo staat de woordvolgorde van dit stukje vast zodra het gedrukt is en heb ik niet langer invloed op hoe u, de lezer, de boodschap in u opneemt. Een schrijver laat dus eerst zijn autoriteit gelden door met woorden te zeggen wat hij wil, waarna hij die macht uit handen geeft en het verhaal een eigen leven laat leiden.

De een heeft er vervolgens die mening over, een ander vindt er weer iets anders van. Ik geniet van de respons die mijn stukjes opleveren. Het streelt mijn ego, maakt me blij, stimuleert me door te gaan en zet me soms met beide voeten terug op aarde. Als ik na een tijdje oudere stukjes lees, zie ik altijd dingen die ik beter had kunnen doen. Ik vraag mezelf dan af hoe die woorden in de eerste versie zich wel niet moeten voelen.

Eigenlijk denk ik dat bij alle woorden die ik lees. Hoe voelt een woord, onderdeel van een groter geheel, zich tussen zijn soortgenoten? Weet het dat het een onbeduidende rol speelt of juist van wezenlijk belang is voor het eindresultaat? Woorden praten niet, maar ze zeggen wel heel veel. Woorden verwoorden de gedachten van hun schrijver, ook als het om de weergave van feiten gaat. Niets is subjectiever dan taal, volgens de Dikke Van Dale: het systeem van spraakklanken door middel waarvan mensen met elkaar communiceren en de schriftelijke vastlegging hiervan.

Mijn wereld staat op papier. Mijn wereld komt naar voren in de verslaggeving van vergaderingen in dorpsgemeenschappen, in artikelen over scholen die verkeersveiliger worden, in interviews met mensen die ik bewonder en in columns als deze, die mij de kans geven te schrijven over wat mij bezighoudt; dikwijls persoonlijke ontboezemingen die ik anders niet kwijt had gekund.

Collega's verklaren mij voor gek als ik vertel dat ik al mijn stukjes uitknip en bewaar. Dat hou ik nooit vol, is de opvatting. Tot op heden heb ik het wel volgehouden, omdat ik het gewoonweg niet over m'n hart kan krijgen eigen teksten bij het oud papier te doen. Daar zijn de woorden die ik schrijf mij veel te dierbaar voor.

16 februari 2007 · Categorie: blog