Blog
Een 'LP' met jaarringen
Zit er muziek in een boom? Kunstenaar Bartholomäus Traubeck denkt van wel. En na het zien van dit filmpje vind ik dat ook. Het idee is mooi, de uitvoering prachtig...
Postcrossing
Het stapeltje ansichtkaarten bij ons op de schouw groeit gestaag. Iedere week komt er minstens één bij. Het ene exemplaar is mooier dan de andere, maar dat maakt niet uit. Het gaat om het verhaaltje op de achterkant. Onbekenden geven een kijkje in hun leven.
Je kunt niet om Postcrossing heen als je van post houdt. Deze website geeft je het adres van een volslagen vreemde, waarna je diegene een brief of kaart stuurt. Op deze manier wordt ook je eigen adres aan zomaar iemand doorgespeeld. Dat kan bijvoorbeeld een bibliothecaris uit de Verenigde Staten zijn, een gezin uit Canada, een moeder van zeven kinderen uit Engeland of een studente in eigen land.
Die willekeur maakt het extra leuk. Door postcrossing is het iedere keer weer een kleine verrassing als je bij de normale post nog iets extra’s in je brievenbus aantreft. Naast de tekst van de afzender zit er vaak nog een bijzondere postzegel op en kun je aan de hand van de code op de kaart meer te weten komen over wie de kaart waar vandaan verzond. Inmiddels doen er zo’n kwart miljoen postliefhebbers uit meer dan tweehonderd landen mee aan het project.
Privacy
Gaat de uitspraak 'Ik heb toch niets te verbergen' werkelijk op? Als je weet wat en hoeveel informatie er over je doen en laten wordt opgeslagen, realiseer je je pas hoe belangrijk privacy is. Het radioprogramma De Gids.FM van Felix Meurders besteedt deze week uitgebreid aandacht aan dit onderwerp. Iedere dag wordt een bepaald onderdeel belicht. Op deze pagina worden de items verzameld. De eerste aflevering gaat over hoe je onder controle staat vanaf het moment dat je wakker wordt, de tweede uitzending geeft antwoord op de vraag wat instanties en bedrijven van je weten en het derde item is een discussie met Tweede Kamerleden. De moeite waard om eens te beluisteren.
Televizierring 2011
Zelfs na het weekend is het nog het gesprek van de dag: Voetbal International heeft de gouden Televisierring 2011 gewonnen. Het gala heb ik niet gezien, het fragment van een verbaasde Mies Bouwman, die de uitslag bekend mocht maken, inmiddels wel. En dan die teleurstelling in de ogen van John de Mol, wiens programma The Voice of Holland er tegen alle verwachtingen in niet met de prijs vandoor ging. Ik geniet er met volle teugen van! Als er één ding duidelijk is, is het wel dat een bepaald format niet alleen wint omdat het hogere kijkcijfers heeft. The Voice Of Holland is een talentenjacht, waarvan we er de laatste jaren al zoveel voorbij zagen komen. Inhoudelijk gezien kun je het niet vergelijken met Voetbal International, maar de winnaar doet er zeker niet voor onder. Is het terecht dat het praatprogramma van Wilfred Genee en Johan Derksen heeft gewonnen? Ja, want de gouden Televisierring is een publieksprijs. Is het terecht dat zowel Mies Bouwman als 'tv-kenner' Bert van der Veer het evenement niet meer dan een belspelletje vinden waarbij kwaliteit niet telt? Ik denk het niet. Wat is kwaliteit? En welk programma hangt meer van het bellen en sms'en aan elkaar dan The Voice of Holland? Juist. Voetbal International, van harte gefeliciteerd...het was een geweldige overwinning!
Lomografie
Soms zijn dingen zo geavanceerd of mooi dat je de schoonheid ziet in iets wat juist niet helemaal perfect is. Dankzij de digitale camera is fotograferen een makkie: op één opslagkaart kun je duizenden foto's kwijt en slechte opnamen vis je er zo tussenuit. Dat was in het analoge tijdperk, nog niet eens zo heel lang geleden, wel anders. Toen moest je kiezen tussen een rolletje voor zwart-wit of kleur, was door- en terugdraaien duidelijk hoorbaar en duurde het minstens een uur voor je het resultaat kon bewonderen. Nu dat verleden tijd is, zeggen we dat fotograferen z'n charme heeft verloren. Daar valt iets van te zeggen. Want met het verdwijnen van de analoge fotografie is ook het spontane van foto's maken verloren gegaan. En wat te denken van het verrassingselement? Je wist pas wat je had op het moment dat je de ontwikkelde afdrukken onder ogen kreeg, vaak aan de balie van de eenuursservice.
Al in 1948 zag de eerste voorloper van de 'meteenresultaatcamera' het licht. Toen introduceerde Polaroid de eerste camera die zelf foto's kon ontwikkelen. Dit principe leek mede door de komst van de digitale camera ten dode opgeschreven, maar dankzij liefhebbers is het nog altijd mogelijk om karakteristieke polaroidfoto's te maken. Ook fotograferen met een rolletje wordt af en toe nieuw leven ingeblazen. Als je nog foto's maakt met een analoge camera, dan ben je misschien wel een lomograaf. Deze benaming is afgeleid van de Lomo Compact Automaat, een eenvoudige camera van Russische makelij die in 2005 uit de productie is genomen. Lomografie is eigenlijk fotograferen zoals onze ouders dat deden, maar dan met iets meer nonchalance. Het doet er niet toe of een foto onscherp, bewogen dan wel verkeerd belicht is. Je maakt foto's zonder erbij na te denken en ziet pas later of ze gelukt zijn. Inmiddels bestaan er hele gemeenschappen van enthousiastelingen en wemelt het op internet van de analoge foto's. Er worden zelfs nieuwe camera's gemaakt voor dit doel.
Leuker is natuurlijk om een oud fototoestel op de kop te tikken en in de winkel om een rolletje te vragen. Zoek daarna de onderwerpen niet op, want ze komen vanzelf voorbij. Ik vind het iets rustgevends hebben. Iedere klik is een verrassing voor later.
Terug!
Een van mijn favoriete weblogs is die van Shirley Brandeis en Linda Versteege, twee freelance journalisten die hun ervaringen 'op de werkvloer' eerder al bundelden in een boek en daarna vrolijk verder gingen op internet. Inmiddels bestaat het team uit vijf enthousiaste schrijvers (en soms een gastblogger), die samen gemiddeld vier stukjes per week publiceren en daarmee een kijkje geven in de keuken van de journalistiek. Daar kwam enkele weken geleden plots een eind aan. Niet omdat de koek op was. Nee, want nog eens 389.956 andere weblogs waren ineens verdwenen. Oorzaak: migratieproblemen bij Sanoma, eigenaar van Weblog.nl. Blogplatform TypePad is vervangen door een alternatief en dat is helemaal uit de hand gelopen. Hoewel men zegt er alles aan te doen om de boel weer online te krijgen, is iedere dag langer op zwart een dag teveel. Om die reden hebben Shirley en Linda hun weblog elders ondergebracht en dat is hier. Welkom terug! Helaas zijn eerdere publicaties nog niet te lezen, maar dat komt ongetwijfeld weer goed.
Vandaag
Als mij op een dag als vandaag wordt gevraagd waar ik tien jaar geleden was, aarzel ik over het antwoord. Ik wil het best nog een keer vertellen - ik stond voor een wand vol televisies in een Emmense elektronicazaak, het nieuws kon mij onmogelijk ontgaan - maar eigenlijk heeft niemand er wat aan. Tien jaar geleden was ‘nine eleven’ nog gewoon 11 september. Nu hangt er al twee weken in de aanloop naar dé datum een beklemmende spanning in de lucht die je nauwelijks kunt ontwijken.
De wereld probeert momenten van angst en onwetendheid te reconstrueren. Ik doe daar in beperkte mate aan mee door net als tien jaar geleden enkele kranten te kopen. De totale verwoesting van het World Trade Center wordt dezer dagen immers opnieuw breed uitgemeten in de media. Mij gaat het vooral om verhalen van overlevenden en de hartverscheurende laatste woorden van slachtoffers die verwoede pogingen doen om zichzelf te redden of zich er juist in berust hebben dat de laatste seconden van hun leven wegtikken. Daar kan ik urenlang over nadenken in een poging mij het onvoorstelbare enigszins voor te stellen. Ik was ver weg van alle ellende. Ieder woord hierover doet er niet toe.
Voordeel van de twijfel
Ik heb Twitter. Al een tijdje, maar ik plakte er tot op dit moment nog steeds het stempel ‘experiment’ op. Na bijna honderd berichten wordt het tijd om door te gaan met het idee dat dat voor onbepaalde tijd is. Niet dat ik voortdurend twitter. Om het leuk te houden beperk ik mij tot reacties op andere tweets en gemiddeld drie keer in de week een eigen bijdrage. Bijzonder is dat niet, want er zijn twitteraars met duizenden berichtjes op hun naam. Toch hebben al veertien geïnteresseerden zich aangemeld, omdat ze het blijkbaar interessant genoeg vinden om mij te volgen. Kun je nagaan wat er gebeurt zodra ik echt iets te melden heb.
Zoals de Amerikaanse actrice en zangeres Jessica Simpson. Het gerucht ging dat ze een kleinere cupmaat wilde om er slanker uit te zien op haar aanstaande huwelijk. Het nieuws dat daar niets van waar is, haalde vandaag de Telegraaf. Ze twitterde: ‘Maak je geen zorgen…Ik houd van mijn borsten! Ze gaan helemaal nergens heen!’ Gelukkig maar.
Om nieuws maakte ik geen account aan bij Twitter. Voor echt nieuws zijn 140 tekens (inclusief spaties) gewoonweg te weinig. Of toch niet? Zojuist voelde ik op de bank een trilling, de lamp bewoog en in de dressoirkast rinkelde wat serviesgoed. Niet veel later was de aardbeving in Nederland ‘trending topic’, wat wil zeggen dat een bepaald onderwerp ineens erg populair is. Er hing een soort spanning in de lucht. Misschien komt dat doordat het al donker was en niemand zich op straat begaf. Twitter gaf uitsluitsel. In mijn geval verdient deze manier van communiceren dus nog even het voordeel van de twijfel.
Twittergedicht
In een twitterbericht / is iedereen meteen op het einde gericht / alsof plots een eindig leven / backspace, backspace, laat me nog heel even
(exact 140 tekens)
De dood
De dood, de dood, de dood
het bracht de stilte terug
In een wereld zonder tijd
weet niemand hoe stil het kan zijn
want de dood verdween weer vliegensvlug
geruisloos in de lange eeuwigheid
Weg van het leven dat jij genoot
De dood, de dood, de dood
zwart verdriet en grijs gemis
het is een zegen om te weten
dat de stilte vooral rustgevend is
De laatste keer?
Natuurlijk wil ik dat! Voor twijfel was geen ruimte toen Riny van Boekhandel Polman mij vroeg een bijdrage te schrijven voor de allerlaatste nieuwsbrief. Na honderd edities stoppen ze ermee. Waar het vandaan komt weet ik niet, maar dit soort mededelingen doet altijd een weemoedig gevoel in mij opborrelen. Alsof je favoriete shampoo ineens uit de handel wordt genomen.
Ik mocht eerder een serie columns schrijven. De stukjes gingen over boekhandelgerelateerde zaken. Het was een fijne gedachte dat klanten de nieuwsbrief meekregen. Ik ging iedere maand langs om zelf een exemplaar te halen.
Na het overlijden van mijn vader is iets eindigen voor mij anders geworden, omdat je voor onbepaalde tijd geen afscheid meer van wat dan ook wilt nemen. Het is een vreemde gewaarwording dat zoiets als deze column je in een fractie van een seconde weer doet denken aan het verdriet en het gemis. Waarom is hij niet honderd edities oud geworden? Helaas is het leven niet zo simpel als het uitbrengen van een nieuwsbrief.
Volgens Riny is in hun geval de formule uitgewerkt. Dat is jammer, want juist de boekhandel doet er goed aan met regelmaat een nieuwsbrief op de toonbank te leggen. Niet eens in de eerste plaats vanwege boekennieuws. Een aanzienlijk deel van alle consumenten die boekhandels bezoekt, is geïnteresseerd in het verhaal achter boeken en leest graag over het hoe en waarom van de lezer. Samen met een overzicht van nieuwe boeken, een terugkerend stukje over het reilen en zeilen van de boekhandel, een strip en een bijdrage van een (bekende) schrijver, heb je een goed uitgangspunt.
Ik heb al eens eerder een column moeten schijven met de wetenschap dat het de laatste keer zou zijn. Welke woorden kies je in zo’n geval? Gelukkig blijft de boekhandel zelf gewoon bestaan en dus laat ik het maar bij een open einde. Wie weet wat de toekomst brengt…
Het gerucht
Het gerucht ging erin als koek
deze keer met een serieuze ondertoon
Zelfs degene die aanvankelijk
met een half oor of afgunst
luisterde, fluisterde
toen het spannend werd
en het stil moest zijn
In de greep van het onbekende,
waarvan flarden vanzelf
stukjes waarheid worden,
bleven de aanwezigen hangen
Verzamelwoede
Soms duik ik gewoon de kast in en trek ik een van mijn vele dossiermappen of schoenendozen open. Zittend op de grond, een stapel papier op schoot, ben ik omgeven door het verleden. Op die momenten omring ik mij het liefst met stilte. Vroeger bekeek ik de boekhouding van mijn ouders, waar ik destijds natuurlijk niets van begreep en die ik weer vlug wegstopte. De meeste keren ging ik regelrecht naar dat ene blauwe plastic koffertje waarin foto's, tegeltjes met handafdrukken van kleine kinderhandjes en felicitatiekaartjes van de eerste paar verjaardagen zaten. Er is wat dat betreft helemaal niets veranderd.
Tegenwoordig zijn het vooral verkleurde krantenknipsels, nieuwsbrieven, brochures en oude tijdschriften die het daglicht weer zien. Mappen vol artikelen met op de achterkant keurig de naam van het medium en de datum waarop het werd gepubliceerd. Sommige stukken stammen uit mijn basisschooltijd waarin ik samen met klasgenoten besloot een blad op te richten, een wekelijks A4'tje dat we Het Woensdagblad noemden. De stroom schrijfsels is sindsdien alleen maar aangezwollen. Dat blijkt wel uit een blik op mijn archief. In het verleden verklaarden verschillende mensen me voor gek. Wie bewaart nou alles wat hij schrijft? De verklaring is simpel: ik kan het niet over m'n hart verkrijgen iets weg te gooien. Ik hoef maar één ding met het oud papier mee te geven en de verzamelwoede van de afgelopen jaren is allemaal voor niets geweest. Nee, ik sta vierkant achter het idee van een archief. De woorden vragen erom.
Een beetje tegenstrijdig is het wel. Voor een computermagazine schreef ik over het eeuwig bewaren van je digitale vakantiefoto's, mp3'tjes, de administratie en wat dies meer zij. Dankzij moderne opslagtechnieken is het in theorie mogelijk alles tot in lengte van dagen te conserveren. Ik zou al mijn knipsels kunnen scannen en netjes rubriceren. Voorwaarde is wel dat ik dan af en toe moet controleren of de gegevens nog leesbaar zijn.
Waarom ben ik dan toch zo terughoudend en archiveer ik vrijwel niets op de moderne manier? Nou, soms moet je dwarsliggen en stevig vasthouden aan hoe je het altijd hebt gedaan. De herinneringen aan een opgroeiend leven en de tastbare bewijzen van een ambitie houd je niet levend door er op een beeldscherm naar te kijken. Scrollen moet bladeren zijn, de gloed van de monitor het warme licht van een bureaulamp, de reuk van opwarmende elektronica de muffige geur van oud papier en het vastlopen van de computer een kopstoot tegen een spant op zolder. Daar komt bij dat het papieren archief er over vijftig jaar nog steeds ligt zonder dat je ernaar hebt hoeven omkijken. Dat is met de huidige opslagtechnieken, hoe inventief ook, nog maar de vraag.
Ontdek!
Ik was abonnee van Vara TV Magazine omdat Boudewijn Büch er wekelijks een column voor schreef. Voor die tijd kocht ik het omroepblad geregeld los en bladerde dan meteen door naar het stukje tekst van krap zevenhonderdvijftig woorden waarin Büch de wereld van anderen beschreef en daarmee ook zijn eigen wereld deelde. De uitdieping van zijn fascinaties op televisie was nog mooier. Wie Goethe zegt, zegt Büch en wie het over de Dodo heeft, kan ook moeilijk om Büch heen. Hij bracht Elvis Presley tot leven. Ik ken de zanger doordat Büch plekken bezocht waar beroemde optredens hebben plaatsgevonden, het verhaal vertelde aan de hand van originele voorwerpen van Presley zelf. Van dichter Goethe bladerde hij door manuscripten, van de Dodo bezat hij een botje en van onbekende, maar daardoor niet minder belangrijke mensen weer andere voorwerpen. Vaak bezocht hij het graf van de persoon over wie hij het had. Zittend op het gras verhaalde hij dan over het leven van die persoon totdat hij uiteindelijk op het punt kwam dat je alleen nog maar naar de naam op de grafsteen hoefde te kijken om het verhaal te eindigen. En zo deed Büch het. Dat was mooie televisie. Zijn columns waren hetzelfde, maar moesten het met woorden doen. Büch maakte van het omroepblad een tijdschrift waarvan je geen enkele nummer wilt missen omdat je aan die ene rubriek verknocht bent geraakt en er niet zonder kunt. Dat op de plek van de column van Büch nu andere teksten staan, zegt niet dat de gids mijn gids niet meer is. Het blijft het blad waar Büch voor schreef en dat zal hij niet louter voor het geld hebben gedaan. Bovendien valt zijn naam nog geregeld, meer dan in andere gidsen. De schrijver heeft mij veel geleerd. Niet zozeer op taalgebied, maar wel als het gaat om dingen ontdekken door gebruik te maken van het verleden. Doordat voorbije tijden tot de verbeelding spreken en je het op je eigen manier een plek kunt geven, is ontdekken, je verdiepen in de geschiedenis van iets of het leven van iemand anders, al fascinerend op zich. En dat maakt de verhalen die je tijdens je ontdekkingsreis beetje bij beetje samenstelt nog bijzonderder dan ze al zijn.
Rust?
Zelfs een schrijver wordt de alledaagse stress soms te veel. In dergelijke gevallen is er eigenlijk maar één remedie tegen overbelasting en dat is totale onthouding. Op het moment van schrijven is de eerste week van een welverdiende vakantie alweer voorbij. Nog twee te gaan, in totaal vijftien vrije werkdagen achtereen! Die tijd gaat op aan een trip naar Valkenburg, een rit met de motor door Friesland en nog wat andere dingen die in alles afwijken van het normale dagelijkse leven. Door het vooruitzicht op een radicaal andere dagindeling, was het werk dat in eerste instantie zo deed verlangen naar een onderbreking, de afgelopen tijd juist een verademing. De laatste dagen voor kerst geven zo'n zelfde soort gevoel.
Ik probeer al het normale zoveel mogelijk links te laten liggen. Even geen verplichtingen. Bellers sta ik vriendelijk te woord, maar alleen in noodgevallen kom ik in actie. De voorgenomen rust moet gênante voorvallen voortaan voorkomen. Thuis keek men vreemd op toen ik ineens van de bank opsprong - nog half verzonken in een oppervlakkig dutje - en verschrikt bemerkte dat het reeds half negen was. Ik had om kwart voor acht bij de huisarts moeten zijn en over tien minuten verwachten ze me aan m’n bureau. Het duurde even voordat ik besefte dat het weliswaar half negen was, maar dat Philips Freriks toch echt het avondnieuws aan het verhaspelen was en ik er al een dag op had zitten.
Rust. In Valkenburg ging het de goede kant op, tot ik een verzameling teksten van Martin Bril wilde lezen. Het boek had ik toch echt bij de andere bagage gestopt. In dat ene boodschappenkratje... of toch dat andere? Was het thuis bleven liggen? Tegen beter weten in doorzocht ik de inhoud van mijn klerentas en daarna nog een keer de rest van onze tentinventaris. Er zat niets anders op dan een nieuw boek te kopen en zo geschiedde. Een bundel verhalen van schrijvers over hun band met het water en de kust. Onverwacht, maar boeiend genoeg om het verloren boek voor de rest van de week te doen vergeten.
Toch zat het me niet lekker. In gedachten bleef ik zoeken. Onzorgvuldig, zo bleek later. Op de avond voor we weer huiswaarts gingen, vond mijn vriendin het in het boodschappenkrat waarin ik mijn zoektoch begon. Een verklaring heb ik niet. Zoeken naar iets wat je kwijt bent, maakt je blind. De frustraties lopen op naarmate het langer onvindbaar is. Een boek kwijtraken vind ik een zonde. Ik kan het niet naast me neerleggen. Desnoods koop ik het nog een keer.
Boekenmarkt
Steeds vaker maakt de zondagse dienst plaats voor ongecompliceerd woongenot, maar het beste kun je er nog boekenmarkten in houden. De kerk van nu is de kerk van vroeger niet meer. Ook de Stevenskerk in Nijmegen liet zich kortgeleden van een andere kant zien. Dat dit huis van God nog wel z'n deuren opent voor het gelovige publiek, maakt het alleen maar mooier. Een boekenmarkt op heilige grond – ik had er nog nooit van gehoord.
Je verwacht het ook niet. Liedboeken en bijbels, logisch, maar een verzameling sprookjes, korte verhalen van Roald Dahl, een naslagwerk over spannende spelletjes en andere ongebruikelijke boeken, zoals dat van Martin van Amerongen over het recht op een hedonistisch bestaan? Een beetje vreemd was het wel. De eeuwige, indringende blik van heiligen stelt je niet op je gemak. En de vloer draagt denk ik veel liever iets anders dan de duizenden pagina's met woorden en afbeeldingen die niet thuishoren in een gebouw met zo'n beladen achtergrond.
Bij binnenkomst herinnerde ik mij enkele voorvallen uit mijn jeugd. Ik zag mijn oma de klokken luiden. Soms liet ze ons het radarwerk in beweging helpen, waarbij we vergaten de touwen op tijd los te laten en onze kleine lichaampjes een meter mee de lucht in werden getrokken. Leuker was het verzamelen van de liturgieën na afloop van een dienst en deze van het balkon naar beneden laten dwarrelen.
Ik zie er nu de kinderlijke ondeugd in terug, hoewel mijn oma er destijds niet om kon lachen. Misschien kon God dat wel en heeft hij ons terstond vergeven. Daar dacht ik aan, half luisterend naar het geprevel van het orgel op de achtergrond, in een poging van de organist om het hele gebeuren te rechtvaardigen door er een religieuze draai aan te geven. Met gepaste stilte schreed de boekenliefhebber langs de tientallen kraampjes. Ik bedwong de drang om vanaf de kansel een gedicht voor te dragen. Die kinderlijke ondeugd zit blijkbaar nog steeds in mij. Had ik het maar gedaan.
De muziek galmde langs de pilaren, gleed onder de banken door en verdween uiteindelijk in het absorberende papier. We namen enkele boeken mee naar voren, waar ik contant betaalde. Even eerder hoorde ik het ratelen van het pinapparaat en dat is het laatste wat ik die avond had willen horen. Zoiets hoort niet in een kerk.
Evolutie
Zelfs de angsten van een lezer vervagen met de tijd. Een aantal jaren geleden durfde ik amper een nieuw boek op te pakken zonder bang te zijn voor inktvlekken, ezelsoren en haarscheurtjes in de rug. Ik huiverde voor glanzende kaften, want hierop laat je al snel een vette vingerafdruk achter. Vlug wegvegen met de manchet van je jas zodat je zeker was van een onaangetast exemplaar voor de volgende geïnteresseerde. Ik keek hierbij altijd schichtig om me heen, terwijl andere klanten hun aandacht richtten op alles behalve mij. Ik verkeerde in een nieuwsgierige en onzekere toestand van een kind de iets nieuws leert. Boeken koop ik namelijk nog niet eens zo heel lang. Het is minder dan tien jaar geleden dat ik een klasgenoot een roman zag kopen om het thuis of onderweg in de trein tot zich te nemen. Zoiets was mij vreemd en het heeft daarna nog een paar weken geduurd voordat ik zelf met een boek bij de kassa stond.
En dan moet je het gaan lezen. Best een moeilijke opgave als je je bedenkt dat ik niet van gebruikerssporen hield. Zelfs niet nu het van mij was en ik het niet terug hoefde te leggen. Hoe lees je als je de pagina's net niet ver genoeg om kunt slaan en geen druk mag uitoefenen op het hart van het boek om te voorkomen dat het zelfstandig open blijft liggen? En hoe houd je het vast? In heb tot op dit moment nooit bewust ingezien dat ik het mijzelf op deze manier onnodig moeilijk maakte en dat zich daardoor een evolutie heeft voltrokken. Langzaamaan ben ik van het ene uiterste naar het andere gegleden. Als ik ben aanbeland bij de laatste pagina van een boek en mij vingers de laatste regels voelen, bekijk ik het geheel en constateer ik – op basis van een veeg hier en daar, een paar piepkleine ezelsoortjes, soms een druppel koffie en het kleurverschil van enkele pagina's – dat het verhaal tot een goed einde is gekomen. Daarmee bedoel ik dat ik het van a tot z heb gelezen en het met een tevreden gevoel terug in de boekenkast kan zetten. Ik ben één met het verhaal. Bovendien is geen enkele boekhandel bereid het boek weer in de schappen te leggen.
Open einde
Kasteel De Kinkelenburg (Bemmel, Gld.) krijgt in de nacht van 16 op 17 november tijdelijk een andere naam: Zweinstein. Ter gelegenheid van het nieuwste én laatste boek over Harry Potter zullen er enkele spannende activiteiten plaatsvinden. En precies één minuut na middernacht begint de verkoop van Relieken des Doods. Het boek, de laatste in een serie van acht, is vanwege de populariteit van de tovenaarsleerling al enige tijd op reservering verkrijgbaar. Miljoenen lezers willen weten wie er het leven laat. Schrijfster J.K. Rowling verklapte eerder dat er iemand sterft. Wie liet ze in het midden. Is het Harry zelf? Op internet is het verlossende antwoord snel gevonden. Niemand minder dan... nee, laat ik dat niet doen.
Misschien ga ik ook even naar Zweinstein. De boeken heb ik niet gelezen en met uitzondering van één bioscoopvoorstelling liet ik de films links liggen. Niet mijn ding. Ik houd niet zo van hypes. Alsof je moet omdat iedereen erin meegaat. Dan hoeft het voor mij niet meer. Totale onthouding is in zulke gevallen het beste. Je mist niets en zeggen dat je Harry Potter alleen van naam kent levert verbaasde gezichten op. Dat is pas vermaak!
Wat mij juist wel aan het onderwerp intrigeert, zijn de festiviteiten eromheen. De introductie van de nieuwste Harry Potter gebeurt bij nacht. Een slimme zet, want dat maakt van het boek iets bijzonders. Wie het straks in handen heeft, maakt deel uit van de wereld van Harry Potter. Het verhaal is ineens meer dan zomaar een verhaal. Het voelt anders.
Op dergelijke wijze zouden meer boeken onder de mensen moeten worden gebracht. Met het motto ‘Kom dichterbij’ of zoiets. Maak van de aankoop een belevenis. Voor de boekenwurm is een bezoek aan de boekwinkel al genoeg, maar de niet-lezer trek je zo misschien wel over de drempel. En de beginnende lezer stimuleer je om door te gaan. J.K. Rowling heeft met Harry Potter miljoenen mensen aan het lezen gekregen en dat is een hele prestatie. Van meet af aan ging het verschijnen van een nieuw verhaal gepaard met een dosis gezonde spanning en de nodige geheimzinnigheid. Het enige wat hier naadloos op aansluit, het stoppen van de serie in ogenschouw nemend, is een open einde.
Olifant
Het was een rit van bijna anderhalf uur. Al tientallen keren dezelfde route gereden, maar dit keer was het anders. De eerste kilometers waren stil. Figuurlijk gesproken dan, want we zeiden wel wat, alleen weet ik niet meer waar we het over hadden. En dan kan het nooit zo belangrijk geweest zijn. Wat de reis anders maakte waren de verhalen van mijn vriendin. Ze had een boek van Toon Tellegen meegenomen en las eruit voor. Korte avonturen van dieren uit het bos. De olifant kwam steeds terug. Die wilde graag in bomen kunnen klimmen, er zelfs in wonen ooit. We sloegen andere stukken over om aan de weet te komen of het de olifant zou lukken.
Achter het stuur bedacht ik mij dat het natuurlijk onzin is: olifanten klimmen niet in bomen. Maar deze olifant wilde het graag en gaf niet op. Het boek is nog niet uit en dus is mij niet bekend hoe het met de olifant afloopt, maar ik vermoed dat hij uit bomen blijft vallen en nooit z’n wens ziet uitkomen.
Mijn vriendin is onderwijsassistente en weet dat kinderen geboeid zijn door zulke verhalen. Die denken niet na over of iets wel of niet kan. Het liefst zien ze de olifant de top bereiken. Dat dat niet gebeurt, roept de vraag op: waarom? Waarom is voor kinderen een belangrijke vraag. Volwassenen noemen het zin. Wat is de zin van ons bestaan, bijvoorbeeld. Waarom valt die olifant nu steeds uit de boom?
Van 3 t/m 13 oktober is het Kinderboekenweek. Een prijzenswaardig initiatief, want lezen is erg belangrijk. Je vergroot je kennis, je leert wat fantasie is, je inleven gaat beter en je vertelt anderen misschien over wat je meemaakte. Zo heb ik vroeger diverse keren voor de klas gestaan om aan de hand van uitgeknipte plaatjes mijn verhaal te vertellen. Ik zou het nog wel willen, maar kan het niet meer omdat mijn wereld al veel te groot is. Kinderen hebben daar nog geen last van. De voor hen geschreven boeken zijn daarom vaak veel meer dan een verhaal alleen. Daar kom je achter als je onderweg bent en iemand je voorleest. Waarom lukt het een olifant niet om in bomen te klimmen? Toon Tellegen zal ongetwijfeld dezer dagen vaak over de toonbank gaan.
Het Woensdagblad
Ach, het was toch best een mooie tijd. Bijna vijftien jaar geleden inmiddels, maar nog altijd even levendig aanwezig. Ik koester de herinnering, omdat ik er mijn loopbaan aan te danken heb. Spannende tijden waren het. Ik heb destijds ontdekt wie ik ben en wat ik wilde worden. Het is fijn om terug te denken als alles is gegaan zoals je wenste.
Pas geleden had ik het verleden weer even in handen…letterlijk. Oude nummers van Het Woensdagblad. Met enige weemoed loop ik na hoe we tijdens onze jaren op de basisschool wekelijks een A4’tje volschreven en op woensdag rondbrachten bij de abonnees in het dorp. Het ledenbestand telde op het hoogtepunt van ons bestaan meer dan vijftig vrienden, buren, kennissen en familieleden. Zelfs de burgemeester wilde wel. We lieten het drukken op het stencilapparaat dat tevens voor de verspreiding van het dorpskrantje werd ingezet. En soms mocht het ook op school, in de lerarenkamer. We betaalden hier vijf gulden voor en incasseerden vijftien cent per bezorgd exemplaar. Af en toe konden we ons dus een rolletje snoep of een zak chips veroorloven. Later werd dat meer, omdat Lycke van de Linde mee ging doen en we van haar vader, oud-journalist en programmamaker Wibo van de Linde, de krant gratis mochten uitprinten op gekleurd papier – een hele vooruitgang vonden we.
Mijn beste vriend was directeur omdat hij met het idee kwam iets op te richten. Ik mocht onderdirecteur, penningmeester en journalist zijn. Dat laatste ben ik nog steeds. Het Woensdagblad ging ter ziele toen het voorgezet onze aandacht opeiste. Er zijn daarna nog een paar speciale nummers verschenen, waaronder een uitgave in 1999 over het naderende onheil van een nieuw millennium. Ik heb in de jaren die volgden nog een eigen blad uitgegeven onder de naam New Start. Een nieuwe start na Het Woensdagblad.
Mijn ambitie om journalist en schrijver te worden uitte zich sinds de basisschool in allerlei journalistieke projecten. Zo had ik de eer om op de mavo de schoolkrant op te richten, deed ik samen met een aantal klasgenoten verslag van de gemeentedag, liep ik stage bij de plaatselijke krant. Ik schreef stukjes in het informatieblad voor ouders van leerlingen en las korte nieuwsberichten voor op de lokale radio. De meeste aandacht ging echter naar school. Voor de opleiding journalistiek was havo nodig en op basis van de Cito-toets dachten ze dat ik het met twee niveaus lager al moeilijk genoeg zou krijgen. Niet van waar gebleken. Want ik wilde iets. En dat is gelukt.
Oude nummers van Het Woensdagblad uit het archief tevoorschijn halen en lekker sentimenteel doen, dat is wat ik af en toe graag mag doen.