Rust?

Zelfs een schrijver wordt de alledaagse stress soms te veel. In dergelijke gevallen is er eigenlijk maar één remedie tegen overbelasting en dat is totale onthouding. Op het moment van schrijven is de eerste week van een welverdiende vakantie alweer voorbij. Nog twee te gaan, in totaal vijftien vrije werkdagen achtereen! Die tijd gaat op aan een trip naar Valkenburg, een rit met de motor door Friesland en nog wat andere dingen die in alles afwijken van het normale dagelijkse leven. Door het vooruitzicht op een radicaal andere dagindeling, was het werk dat in eerste instantie zo deed verlangen naar een onderbreking, de afgelopen tijd juist een verademing. De laatste dagen voor kerst geven zo'n zelfde soort gevoel.

Ik probeer al het normale zoveel mogelijk links te laten liggen. Even geen verplichtingen. Bellers sta ik vriendelijk te woord, maar alleen in noodgevallen kom ik in actie. De voorgenomen rust moet gênante voorvallen voortaan voorkomen. Thuis keek men vreemd op toen ik ineens van de bank opsprong - nog half verzonken in een oppervlakkig dutje - en verschrikt bemerkte dat het reeds half negen was. Ik had om kwart voor acht bij de huisarts moeten zijn en over tien minuten verwachten ze me aan m’n bureau. Het duurde even voordat ik besefte dat het weliswaar half negen was, maar dat Philips Freriks toch echt het avondnieuws aan het verhaspelen was en ik er al een dag op had zitten.

Rust. In Valkenburg ging het de goede kant op, tot ik een verzameling teksten van Martin Bril wilde lezen. Het boek had ik toch echt bij de andere bagage gestopt. In dat ene boodschappenkratje... of toch dat andere? Was het thuis bleven liggen? Tegen beter weten in doorzocht ik de inhoud van mijn klerentas en daarna nog een keer de rest van onze tentinventaris. Er zat niets anders op dan een nieuw boek te kopen en zo geschiedde. Een bundel verhalen van schrijvers over hun band met het water en de kust. Onverwacht, maar boeiend genoeg om het verloren boek voor de rest van de week te doen vergeten.

Toch zat het me niet lekker. In gedachten bleef ik zoeken. Onzorgvuldig, zo bleek later. Op de avond voor we weer huiswaarts gingen, vond mijn vriendin het in het boodschappenkrat waarin ik mijn zoektoch begon. Een verklaring heb ik niet. Zoeken naar iets wat je kwijt bent, maakt je blind. De frustraties lopen op naarmate het langer onvindbaar is. Een boek kwijtraken vind ik een zonde. Ik kan het niet naast me neerleggen. Desnoods koop ik het nog een keer.

30 juli 2008 · Categorie: blog